Tony en Jarvos
De twee machines kregen de namen Tony en Jarvos. Tony is vooral de plek waar diensten en experimenten draaien. Jarvos neemt meer opslag- en back-uptaken op zich. Door de rollen te verdelen kan ik nieuwe dingen proberen zonder alles op één systeem te laten rusten.
Samen vormen ze een Proxmox-cluster. Dat geeft één centrale omgeving om containers, virtuele machines en opslag te beheren, terwijl beide fysieke machines afzonderlijk bruikbaar blijven.
Wat erop draait
De omgeving huisvest verschillende persoonlijke diensten. Voorbeelden zijn ESPHome, een Cloudflare-tunnel, OpenClaw en een lokale AI-server. Sommige onderdelen draaien in lichte Linux-containers; andere toepassingen kunnen een volledige virtuele machine krijgen wanneer ze meer isolatie of een eigen besturingssysteem nodig hebben.
Die mix maakt het homelab interessant: iedere toepassing vraagt opnieuw om een keuze tussen eenvoud, prestaties, isolatie en onderhoud.
Opslag en back-ups
Oudere hardware kan nog heel bruikbaar zijn, maar opslag vraagt extra aandacht. Beide servers combineren hun systeemschijf met twee harde schijven in RAID1. Dat beschermt tegen het uitvallen van één schijf, maar vervangt geen echte back-up.
Daarom gebruik ik Proxmox Backup Server en geplande back-ups met verschillende bewaartermijnen. Zo kan ik niet alleen een afzonderlijk bestand bewaren, maar ook een container of virtuele machine herstellen na een mislukte wijziging.
Problemen horen erbij
Een homelab blijft nooit volledig af. Tijdens de opbouw kwamen onder meer clusterinstellingen, quorum, opslagkeuzes en een achtergebleven clusternode aan bod. Zulke problemen zijn vervelend wanneer ze opduiken, maar ze maken duidelijk hoe de onderliggende infrastructuur werkelijk werkt.
Ik probeer wijzigingen daarom steeds beter te documenteren, back-ups te controleren en herstel niet als een theoretische mogelijkheid te behandelen.